Hof Leeuwarden 27 januari 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BH3135

De slotsom is dat het beroep van Anculare op het opschortingsrecht niet opgaat. Op het moment dat Invextra de overeenkomst tussen partijen ontbond, was Anculare haar verplichting tot storting van € 50.000,00 niet nagekomen. Omdat zij zich niet kon beroepen op een opschortingsrecht, was toen sprake van een tekortkoming in de nakoming. Nakoming was toen zoals hiervoor is overwogen ook niet meer mogelijk. Invextra heeft de overeenkomst op juiste gronden ontbonden, nu gesteld noch gebleken is dat de tekortkoming van Anculare, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigt. Dat betekent dat de grieven I en IV, die zich keren tegen het oordeel van de rechtbank dat op onjuiste gronden ontbonden is, slagen. Het betekent ook dat de vordering van Anculare tot betaling van de resterende termijn van de bemiddelingsvergoeding niet toewijsbaar is. Met de ontbinding van de bemiddelingsovereenkomst is de grondslag aan deze verbintenis komen te ontvallen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen