Hof Leeuwarden 14 oktober 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BG3269
Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, volgt het hof Friesland Foods niet in haar betoog, in de toelichting op grief II, dat [geïntimeerde] objectief gezien in staat kon en mocht worden geacht de desbetreffende functie naar behoren te vervullen. [geïntimeerde] beschikt niet over de voor het goed vervullen van de functie, overeenkomstig de eigen wensen van Friesland Foods, vereiste intellectuele en analytische vermogens. Dat [geïntimeerde] over veel ervaring beschikte en de branche door en door kende, werd ook door [geïntimeerde]s leidinggevende onderkend. Het volgt ook uit het rapport van RightClaessens. Uit de rapporten van de leidinggevende van [geïntimeerde] komt echter ook naar voren dat zij van oordeel was dat [geïntimeerde] niet in staat was de door hem verzamelde gegevens te analyseren en zo bruikbaar te maken voor de organisatie. Dat [geïntimeerde] daartoe niet in staat was, had Friesland Foods, gelet op het relatief beperkte creatieve denkvermogen en probleemoplossend vermogen van [geïntimeerde], kunnen en moeten verwachten. In dit kader is van belang dat Friesland Foods zelf heeft aangevoerd (conclusie van antwoord onder 3.21) dat een functie op uitvoerend niveau beter past bij de competenties van [geïntimeerde]. Van Friesland Foods mocht verwacht worden dat zij bij de aanstelling van [geïntimeerde] in de nieuwe functie de competenties van [geïntimeerde], die toen al meer dan twintig jaar bij haar in dienst was, kende. Door hem desalniettemin, en zonder een aanvullend onderzoek te verrichten naar zijn competenties, in de functie te plaatsen, heeft Friesland Foods onzorgvuldig gehandeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl