Hof Leeuwarden 7 oktober 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BG2102

Het hof overweegt dat de ARW 2005 niet een zo rigide knock-out stelsel bevat als door OHI wordt betoogd. Artikel 2.26, eerste lid, staat toe dat de aanbesteder op non-discriminatoire wijze de inschrijvers om verduidelijking kan vragen, waarbij onderhandelingen over fundamentele punten van de opdracht zijn uitgesloten. Artikel 2.14.4 van de ARW bepaalt dat de aanbesteder bij eenvoudig te herstellen gebreken de betrokken ondernemer in de gelegenheid moet stellen om binnen een termijn van twee werkdagen het gebrek te herstellen. Dit artikel heeft weliswaar betrekking op bewijsstukken als bedoeld in de artikelen 2.7 tot en met 2.13 van het ARW 2005, doch dient naar 's hofs oordeel analoog te worden toegepast op soortgelijke gebreken in andere documenten teneinde recht te doen aan het zorgvuldigheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel. Als algehele regel in het verkeer met overheidsinstellingen geldt dat de particulier in beginsel in de gelegenheid moet worden gesteld eventuele verzuimen daarbij binnen een redelijke termijn te herstellen (zie ondermeer artikel 4.5, eerste lid, laatste volzin). Ook in het communautaire recht is sprake van een enigszins vergelijkbaar evenredigheidsbeginsel dat het vragen om precisering onder bepaalde omstandigheden zelfs verplicht stelt (zie het arrest Tideland, GEA EG 27 september 2002, zaak T211/02, met name r.o. 42 en volgende).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen