Hof Leeuwarden 18 juni 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5805
Het hof overweegt dat uit artikel 7, vierde lid, voornoemd niet volgt dat de daarin aan de SON gegeven bevoegdheid eindigt met de vaststelling van de jaarrekening over desbetreffend verzekeringsjaar. Zeker indien uit het jaarverslag blijkt dat de inkomsten en uitgaven niet in balans zijn, valt niet in te zien waarom de datum van vaststelling van de jaarstukken bepalend zou zijn voor de mogelijkheid voor SON om al dan niet een naheffing op te leggen. Bij een jaarrekening die géén negatief resultaat aangeeft over desbetreffend verzekeringsjaar is er aan de basisvoorwaarde voor het opleggen van een naheffing - de inkomsten zijn lager dan de uitgaven - niet voldaan. Weliswaar was over 1997 een dergelijk jaarverslag opgesteld en goedgekeurd, maar daar was met de - ingrijpende - desaveu-verklaring een inbreuk op gemaakt. Dat vervolgens geen nieuwe jaarrekening over 1997 is opgemaakt, maar dat in technische zin de wijzigingen zijn aangebracht op de openingsbalans van 1998 - die daarmee niet meer overeenstemt met de eindbalans uit 1997 - maakt niet dat na de desaveu-verklaring nog sprake is van een verlies- en winstrekening met een positief saldo dat aan toepassing van artikel 7 lid 4 van het reglement cascoverzekering zeevaart in de weg staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl