Hof Leeuwarden 6 maart 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BC5963
Voor moord, wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting (meermalen gepleegd) van een 12-jarig meisje veroordeelt het hof verdachte tot 30 jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraf en TBS met v erpleging. De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte van moord dient te worden vrijgesproken, nu verdachte weliswaar de tijd heeft gehad om zich te beraden op het genomen of te nemen besluit en de gevolgen daarvan, maar hij in onvoldoende mate over de vaardigheden beschikt om daadwerkelijk van deze gelegenheid gebruik te hebben kunnen maken. De beperkte geestesvermogens van verdachte in combinatie met de stressvolle situatie waarin hij zich bevond, moeten volgens de raadsman leiden tot de conclusie dat van kalm beraad en rustig overleg geen sprake kan zijn geweest. Voor bewezenverklaring van voorbedachte raad is voldoende dat komt vast te staan dat verdachte de tijd heeft gehad zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Of verdachte ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid, is daarbij niet van belang. Het hof leidt uit de feitelijke gang van zaken af dat verdachte ruimschoots de tijd heeft gehad om zich te beraden. De behandeling in het kader van de TBS vangt normaliter aan nadat eenderde van de opgelegde vrijheidsstraf is ondergaan. Mogelijke uitzonderingen daarop zijn opgenomen in artikel 37b tweede lid van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 43 van de Penitentiaire maatregel. Het hof verbindt in casu aan de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege tevens het advies dat deze maatregel eerst dient aan te vangen nadat tweederde van de gevangenisstraf is ondergaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl