Hof Leeuwarden 5 september 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB3172

[appellante ] gaat er in de toelichting op grief II vanuit dat ook de verlofuren, bedoeld in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst, aangemerkt moeten worden als vakantie-uren. Het hof kan, evenals de kantonrechter, [appellante ] niet volgen in deze stelling. Niet alle uren waarop op grond van een arbeidsovereenkomst doorbetaald verlof kan worden genoten, zijn aan te merken als vakantieverlof. Naast vakantieverlof zijn verschillende vormen van verlof gebruikelijk, waarvan een der bekendste vormen de ADV-uren zijn, die daarmee evenwel niet de status van vakantie-uren hebben gekregen. De tekst van artikel 15 vormt geen aanwijzing dat het hier gaat om extra vakantie-uren. [appellante ] heeft ook geen feiten of omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigt dat het partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan dat het recht op vakantie-uren werd uitgebreid. Aska heeft, naar ook in de stellingen van [appellante ] besloten ligt, de toekenning van de verlofuren op basis van artikel 15 onderscheiden van de vakantie-uren gebaseerd op artikel 8. Voor zover [appellante ] er in de toelichting op grief II vanuit gaat dat ook de artikel-15-uren zijn aan te merken als vakantie-uren, verwerpt het hof de grief. De kantonrechter heeft, met Aska, overwogen dat op grond van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst, [...] van de in enig jaar niet opgenomen vakantie-uren maximaal 56 (tweemaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur) mag worden meegnomen naar een volgend jaar. Tegen deze overweging richt zich grief I. Het hof acht deze grief terecht voorgedragen. Deze bepaling komt er de facto op neer dat in enig jaar niet opgenomen vakantie-uren, voor zover die uitkomen boven het in de arbeidsovereenkomst opgenomen maximum van naar het volgende (kalender)jaar mee te nemen uren, verdampen zonder dat de werknemer daaraan nog enig recht kan ontlenen. [appellante ] heeft zich er terecht op beroepen dat deze regeling - die voor de werknemer veel strenger is dan artikel 57 van de toepasselijke CAO als hiervoor onder 1.6 geciteerd en daarmee getroffen wordt door de sanctie van artikel 12 Wet CAO - in strijd komt met de bepaling van artikel 7:642 BW dat vakantieafspraken eerst verjaren na verloop van vijf jaren, van welke bepaling op grond van artikel 7:645 BW niet ten nadele van de werknemer kan worden afgeweken. [appellante ] heeft dan ook terecht de nietigheid van dit onderdeel van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst ingeroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen