Hof Leeuwarden 25 juli 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB0653

Zowel de stelling dat een voorlopig ontwerp dient te voldoen aan de in artikel 52 van de SR 1997 omschreven eisen als de stelling dat het door haar vervaardigde ontwerp niet heeft voldaan aan de in genoemd artikel 52 onder b, c, en d omschreven eisen van de SR 1997, is door Holtrop vervolgens niet weersproken. Aldus staat vast dat het door Holtrop uit hoofde van de overeenkomst te vervaardigen voorlopig ontwerp (mede) diende te voldoen aan de eisen zoals in artikel 52 van de SR 1997 onder b, c, en d omschreven, alsmede dat het door Holtrop vervaardigde ontwerp niet aan die eisen heeft voldaan. Holtrop is aldus (toerekenbaar) tekortgeschoten in de nakoming van de op haar uit hoofde van die (veronderstelde) overeenkomst rustende verplichting om een voorlopig ontwerp te maken dat voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Het hof zal het antwoord op de vraag of het vervaardigde ontwerp wel heeft voldaan aan de onder a in artikel 52 van de SR 1997 omschreven eis -waaronder dienen te worden begrepen de eisen van de gemeente en de wensen van [geïntimeerde]- in het midden laten, nu het niet-beantwoorden van het ontwerp aan de vereisten b t/m d reeds genoegzaam de conclusie kan dragen dat sprake is van een tekortkoming. Er -nog steeds veronderstellenderwijs- van uitgaande dat tussen Holtrop en [geïntimeerde] de door Holtrop gestelde en aan haar vordering ten grondslag gelegde overeenkomst van opdracht is totstandgekomen, staat vast dat Holtrop (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van de op hem uit hoofde van die overeenkomst rustende verplichting om een voorlopig ontwerp te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen