Hof Leeuwarden 8 mei 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BA4596
n de zaak onder rekestnummer 0600500 heeft het hof de behandeling ter zitting bepaald op 19 maart 2007 ten overstaan van mrs. [raadsheer 1], [raadsheer 2] en [raadsheer 3] voornoemd. Ter zitting van 19 maart voornoemd heeft de man (middels zijn aldaar aanwezige raadsvrouwe mr. [raadsvrouwe 1b]) een verzoek gedaan tot wraking van de tweede kamer voor burgerlijke zaken van het hof (de rekestenkamer), bestaande uit mrs. [raadsheer 1], [raadsheer 2] en [raadsheer 3]. De voorzitter, mr. [raadsheer 1], heeft hierop de behandeling ter zitting in de zaak onder rekestnummer 0600500 geschorst. Na beraad omtrent het verzoek heeft mr. [raadsheer 1] in de wraking berust. De raadsheren mrs. [raadsheer 2] en [raadsheer 3] hebben niet berust. Het verzoek tot wraking gericht tot deze beide raadsheren is daarop in handen gesteld van de president die vervolgens een wrakingskamer heeft aangewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl