Hof Leeuwarden 18 april 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BA3482

Nu geïntimeerde wordt geacht de onroerende zaak krachtens erfopvolging te hebben verkregen, is de onroerende zaak ingevolge het bepaalde in art. 2 van de huwelijkse voorwaarden van partijen niet gevallen in de gemeenschap van winst en verlies waarin geïntimeerde ten tijde van de verdeling met appellant was gehuwd. Genoemd art. 2 van de huwelijkse voorwaarden zondert immers verkrijgingen krachtens erfrecht uit van hetgeen in de gemeenschap van winst en verlies zou vallen. Het door appellant ingeroepen art. 1:124 lid 2 BW mist ten dezen toepassing. Voor het in de verdeling betrekken van de onroerende zaak is al met al geen plaats, zodat de vorderingen van appellant daarop afstuiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen