Hof Leeuwarden 6 maart 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ9990
Ademanalyse uitgevoerd door een politieambtenaar in de regio Fryslân die daartoe ten tijde van het afnemen van de ademanalyse niet was aangewezen door de korpschef, als bedoeld in artikel 7, eerste lid van het Besluit alcoholonderzoeken (BAO). De betrokken politieambtenaar is eveneens niet opgenomen in het Beaufortsysteem - een personeelsregistratiesysteem -, waarin - onder meer - is opgenomen welke opsporingsambtenaar de opleiding "bedienaar ademanalyse" heeft gevolgd. Anders dan, zoals in de regio Rotterdam-Rijnmond - is in de regio Fryslân niet voorzien in een automatisch vervallen van de aanwijzing in het Beaufortsysteem, die slechts verlengd wordt nadat de aangewezene door middel van een toets heeft aangetoond nog over voldoende kennis en vaardigheden te beschikken. Door de raadsman van verdachte is aangevoerd, dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is geweest van een "onderzoek" als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). dan wel, omdat op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) vanwege dit onherstelbare vormverzuim de resultaten van het onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde feit. Hof: Een van de voorschriften, die tot het stelsel van strikte waarborgen behoren is art. 7 BAO. De ratio van artikel 7 BAO is dat de ademanalyse moet worden afgenomen door een daartoe bekwame opsporingsambtenaar. De aanwijzing is slechts met dat doel in dit artikel opgenomen. De inrichting van de aanwijzingsbevoegdheid als voorzien in de mandaatregeling van de korpschef van de regiopolitie Fryslân d.d. 10 juli 2006, te weten dat een politieambtenaar, die met goed gevolg een cursus voor het bedienen van een ademanalyse-apparaat heeft doorlopen, in het bezit is gesteld van een certificaat en in het personeelsregistratiesysteem als zodanig is geregistreerd, als bevoegd bedienaar is aangewezen, voldoet aan de eisen die art. 7 BAO stelt. Het ontbreken van de aanwijzing door de korpschef moet slechts dan tot consequentie hebben dat niet meer gesproken kan worden van een onderzoek als bedoeld in art. 8, tweede lid, onder a WVW 1994, wanneer daarmee niet meer kan worden vastgesteld of het ademonderzoek een betrouwbaar meetresultaat heeft opgeleverd of wanneer het ontbreken van de aanwijzing het vermoeden meebrengt dat het mislukken van de ademanalyse te maken kan hebben met het ontbreken van voldoende kennis en vaardigheden bij de verbalisant. In dit verband is van belang, dat een groot deel van de procedure om te komen tot een geldig resultaat van de ademanalyse in het apparaat is vastgelegd en wordt geregistreerd in de afdruk van het resultaat. Fouten bij de bediening van het ademanalyseapparaat worden door de techniek opgevangen en leiden tot een onbruikbaar resultaat. Uit de brief van de korpschef d.d. 13 februari 2007 blijkt, dat de betrokken politieambtenaar is opgeleid voor het bedienen van het gebruikte type ademanalyseapparaat. Het feit dat deze opleiding reeds in 1999 heeft plaatsgevonden betekent niet dat de kennis en vaardigheden bij de verbalisant zouden ontbreken. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel, dat het ontbreken van de aanwijzing door de korpschef als bedoeld in art. 7, eerste lid, BAO niet meebrengt dat geen sprake meer is van een onderzoek als bedoeld in art. 8, tweede lid, onder a, WVW 1994. Vervolgens dient aan de orde te komen de vraag of aan dit verzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en zo ja, welk. Het is niet aannemelijk geworden dat verzuim van zodanige aard en ernst is, dat het belang dat het onderzoek geschiedt door politieambtenaren die over daartoe voldoende kennis en vaardigheden beschikken in gevaar is gebracht. Veeleer is sprake van onzorgvuldigheid van de registratie van de tot het onderzoek bekwame functionarissen, waaronder de verbalisant in de onderhavige zaak. Van enig concreet nadeel in deze zaak is het hof niet gebleken, zodat het hof aan het vormverzuim geen van de in art. 359a Sv opgesomde consequenties zal verbinden. Het verweer wordt in al zijn onderdelen verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl