Hof Leeuwarden 25 oktober 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ0940
Het hof stelt vast dat dit bedrijfsmatige element ontbreekt bij het gebruik als asielzoekerscentrum. Daarbij gaat het om de overheidstaak om onderdak te bieden aan daarvoor in aanmerking komende asielzoekers, zoals uitgewerkt in de Wet COA en de, ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst vigerende, Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997. De individuele asielzoeker die onderdak ontvangt in een asielzoekerscentrum behoeft daarvoor geen geldelijke tegenprestatie te leveren. Reeds het ontbreken van dit bedrijfsmatig karakter maakt dat het asielzoekerscentrum niet met een hotel- of kampeerbedrijf gelijk kan worden gesteld. COA merkt overigens terecht op dat een asielzoekerscentrum voorts niet plaatsgebonden is, nu artikel 7 eerste lid, van het Rva 1997 luidde dat COA bepaalt in welk centrum een asielzoeker wordt geplaatst. Dat het gehuurde voor het overige wel enige kenmerken gemeen heeft met het hotel- of kampeerbedrijf is onvoldoende reden om het als zodanig aan te merken (vgl HR 30 september 2005, NJ 2006, 101). Hetzelfde geldt de omstandigheid dat het gehuurde ook als kampeerbedrijf verhuurd zou kunnen worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl