Hof Leeuwarden 4 oktober 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY9569
De rechtbank heeft de stellingen van Centavos c.s. aldus begrepen en samengevat dat De Rijnlandse een bod van Centavos op de betrokken onroerende zaken ter hoogte van euro 780.000,- heeft aanvaard maar heeft geweigerd die acceptatie gestand te doen. De Rijnlandse heeft betwist dat zij met dit bod onvoorwaardelijk heeft ingestemd. De rechtbank heeft geoordeeld dat ook als een dergelijke toestemming wel zou zijn gegeven, daarmee niet vaststaat dat de lening die Centavos dan wel VIG aan [betrokkene] heeft verstrekt als schade in causaal verband staat met de beweerdelijke schending van de hiervoor omschreven toezegging. Het hof onderschrijft deze redenering van de rechtbank, waarmee de voorwaarde waaronder de eiswijzing in appel is ingesteld, in vervulling is gegaan. Voor toewijzing van de gewijzigde vordering is nodig dat vaststaat dat De Rijnlandse onrechtmatig jegens Centavos c.s. heeft gehandeld en dat aannemelijk is dat daardoor mogelijk schade aan Centavos c.s. is berokkend.
De uitspraak op rechtspraak.nl