Hof Leeuwarden 20 september 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY9087

In dit kort geding is - samengevat - aan de orde de vraag of de door [de firma] op Schiermonnikoog aangeboden vorm van personenvervoer moet worden aangemerkt als openbaar vervoer in de zin van artikel 1 onder h van de Wet personenvervoer 2000 (WP 2000), voor welke vervoersvorm uitsluitend aan Arriva een concessie is verleend. De voorzieningenrechter heeft deze vraag in zoverre bevestigend beantwoord dat [de firma] hem er niet van heeft weten te overtuigen dat zij met bussen, waarmee meer dan acht personen kunnen worden vervoerd van en naar de veerboot, slechts "besloten busvervoer" verricht. Om die reden heeft hij in het bestreden vonnis [de firma], op straffe van verbeurte van een dwangsom, verboden om van en naar de veerboot voor ieder toegankelijk personenvervoer aan te bieden met bussen waarmee meer dan acht personen kunnen worden vervoerd. [de firma] is van het vonnis van de voorzieningenrechter in hoger beroep gekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen