Hof Leeuwarden 23 augustus 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY6866

Het hof is dan ook van oordeel dat het (doen) afroepen door [geïntimeerde] van de bankgarantie onder de omstandigheden van dit geval niet op één lijn kan worden gesteld met het aangaan van een verplichting door [de besloten vennootschap], zodat er geen sprake kan zijn van aansprakelijkheid van [geïntimeerde] als bestuurder van [de besloten vennootschap], ongeacht de eventuele wetenschap van [geïntimeerde] omtrent de financiële positie van de vennootschap. Dit oordeel brengt mee dat de argumenten van Hanos met betrekking tot de financiële situatie van [de besloten vennootschap] en de wetenschap van [geïntimeerde] daarvan, in het kader van dit onderdeel van de grief verder onbesproken kunnen blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl