Hof Leeuwarden 22 maart 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1929

Voor de vraag welke maximumsnelheid op een weg mag worden gereden is niet bepalend hoe de weg zich aan de weggebruiker voordoet, maar met welke borden deze is aangeduid. Alleen dan zou sprake zijn van schending van het beginsel dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld, wanneer zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid. Gesteld noch gebleken is dat daarvan in casu sprake is. De norm van de ter plaatse geldende maximumsnelheid is onverkort gehandhaafd en dat is geen afwijking ten nadele van de betrokkene ten opzichte van het geldende beleid. Het feit dat de officier van justitie en de kantonrechter het beroep in andere zaken met betrekking tot een situatie die zich elders voordeed gegrond achten, levert evenmin een dergelijke afwijking op. Geen schending gelijkheidsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen