Hof Leeuwarden 3 augustus 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6425

Met een voertuig rijden terwijl het zodanig is beladen dat er gevaar bestaat voor het op de weg vallen van de lading; De betrokkene vervoerde een tuinhek, dat diagonaal in de laadruimte van de door hem bestuurde bestelwagen was geplaatst. Het hek stak 20 centimeter uit de laadruimte. Hierdoor stonden de achterdeuren open. Aangezien het Voertuigreglement niet het zekeren van de lading voorschrijft, kan de enkele stelling dat de lading niet was vastgemaakt de conclusie niet dragen dat door de betrokkene in strijd is gehandeld met art. 5.18.6. VR. NIet uit te sluiten is dat door het contact tussen de bovenzijde van het tuinhek en de bovenzijde van de laadruimte sprake was van zodanige plaatsing dat de kans op verschuiven en daardoor uit de laadruimte vallen van de lading te verwaarlozen was. Beschikking vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen