Hof Leeuwarden 9 november 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU5971
Onder verwijzing naar het bepaalde in de artikelen 2:204a en 2:204b BW merkt het hof op dat, daargelaten dat [betrokkene 4] in privé niet tot de oprichters van [de failliet] behoort, inbreng van een eenmanszaak in een BV ter volstorting op het aandelenkapitaal wettelijk alleen kan bij notariële akte, welke bovendien moet zijn voorzien van een inbrengverklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent. Nu noch van het een noch van het ander sprake is geweest moet ingevolge het bepaalde in artikel 2:204 lid 1c BW worden geconcludeerd dat een en ander tot gevolg heeft dat voor een rechtsgeldige inbreng niet heeft plaatsgevonden en dat derhalve terzake voor de vennootschap geen rechten of verplichtingen ontstaan. Resteert derhalve de mogelijkheid dat [de failliet], nadat zij was opgericht de tot het eenmansbedrijf van [betrokkene 4] behorende goederen heeft gekocht en geleverd gekregen onder de verplichting voor haar om de daartoe behorende schulden voor haar rekening te nemen en als eigen schulden te voldoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl