Hof Leeuwarden 14 september 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2761

Als vaststaand kan worden aangenomen dat [appellant] aan de bewindvoerder niet de gevraagde inlichtingen heeft verschaft welke van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Derhalve is [appellant] deze op hem rustende, uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichting niet nagekomen. Echter, de opstelling van [appellant] ter zitting in hoger beroep en hetgeen hij aldaar heeft verklaard, hebben bij het hof het vertrouwen gewekt dat [appellant] thans oprecht bereid is zich te houden aan alle verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling. Gelet daarop ziet het hof geen aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] tussentijds te beëindigen op grond van het bepaalde in artikel 350 lid 1 in verbinding met lid 3 onder c Fw.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen