Hof Leeuwarden 9 september 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2514

Het geschil betreft blijkens het beroepschrift het antwoord op de vraag of de door belanghebbende gedurende de jaren 1998 tot en met 2001 geleende gelden ter financiering van de zakelijke activiteiten van zoons onderneming, in totaal f 176.001,-- bedragend, kunnen worden aangemerkt als een belegging in durfkapitaal in de zin van de artikelen 5.16 en 5.17 van de Wet. Daarnaast stelt belanghebbende beroep in tegen de berekende heffingsrente.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen