Hof Leeuwarden 12 januari 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AS2299

Gelet op de bewoordingen van de CAO, in het bijzonder die van art. 39 lid 5 van de CAO in samenhang met die van bijlage X (Reglement Begeleidingscommissie Flexibel Pensioen, hierna te noemen het reglement), welke bijlage blijkens genoemde CAO-bepaling van de CAO deel uitmaakt, is het hof, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat te dezen niet van een arbitraal beding, maar van een bindend advies-beding sprake is. Zo wordt bijvoorbeeld in art. 1 van het reglement (prod. 1 bij memorie van grieven) als taak van de in genoemde CAO-bepaling bedoelde commissie omschreven: 'te adviseren over een beroep van de werknemer ingeval de werkgever overeenkomstig art. 39 lid 3 jo. art. 13 lid 3 van de CAO besluit het verzoek om voortzetting van de arbeidsovereenkomst na datum 60 jaar af te wijzen'. Voorts wordt in art. 1 van het reglement bepaald dat het advies voor de betrokken werkgever en werknemer bindend is. Vorenbedoeld beding laat naar het oordeel van het hof in casu [appellant] vrij om niet (eerst) de in art. 39 lid 5 van de CAO omschreven weg te volgen, maar (aanstonds) de burgerlijke rechter te adiëren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen