Hof Leeuwarden 12 mei 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AU3916

De bewijslast rust op dit punt, gelet op artikel 7:426 BW, tweede lid, op VDM die aannemelijk dient te maken dat zij zich voldoende heeft ingespannen om een adequate financiering te verkrijgen. Het hof acht de door VDM daartoe bij de conclusie van dupliek in het geding gebrachte bescheiden niet afdoende om te kunnen beoordelen of zij aan deze verplichting heeft voldaan. Het hof zal derhalve een comparitie gelasten teneinde daarover meer duidelijkheid te verkrijgen. VDM dient tenminste veertien dagen voorafgaand aan de comparitie alle stukken die op deze financieringsaanvraag betrekking hebben - waaronder in ieder geval de gemotiveerde aanvraag die zij aan de Friesland Bank heeft toegezonden - aan het hof en aan de wederpartij te doen toekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen