Hof Leeuwarden 26 november 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AR7182

Voorzover in verdachtes verweer de vraag besloten ligt of verdachte zodanig mocht vertrouwen op de inhoud van de hem ter hand gestelde tekst, dat een beroep op dwaling moet worden aangenomen, overweegt het hof dat verdachte beschikte over een - achteraf door de politie van een stempel voorziene - tekst welke - zoals hiervoor vastgesteld ten onrechte - vermeldt dat degene die over een in zijn eigen land afgegeven rijbewijs beschikt (het hof verstaat: waarvan de geldigheidsduur nog niet is verlopen) zich niet hoeft af te vragen uit welk land de bestuurder komt en of hij of zij langer dan een bepaalde tijd in Nederland woont, als bestuurder van een motorrijtuig in Nederland mag optreden. Daar staat tegenover dat verdachte eerder, te weten op 12 augustus 2003, wegens handelen in strijd met artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 is veroordeeld. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte niet zonder het nader inwinnen van gedegen informatie bij een gezag verdienende persoon of organisatie mocht vertouwen op de juistheid van de hem door een vriend ter hand gestelde tekst, zodat een beroep op dwaling hem niet toekomt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen