Hof Leeuwarden 1 juli 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AP9876

Gelet op het vorenstaande en voor zover voor deze zaak van belang is het hof voorshands van oordeel, dat na de telastegelegde periode van 1 december 2002 tot en met 6 mei 2003 wat betreft het verbod tot het verwijderen van een deel van de staart bij schapenlam(meren) sprake is van een veranderd inzicht van de wetgever, zij het dat niet kan worden vastgesteld of dit gewijzigd inzicht van tijdelijke of blijvende aard is. In verband met het vorenstaande en nu verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard, dat de zaken van andere personen, die een soortgelijk feit hadden gepleegd, zijn geseponeerd, wil het hof van de advocaat-generaal vernemen hoe het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie is met betrekking tot personen die worden verdacht van het plegen van een soortgelijk feit als het onderhavige in de periode, waarin dat door verdachte zou zijn gepleegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen