Hof Leeuwarden 16 juni 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AP1833

Door de splitsing in appartementsrechten is de onroerende zaak ingevolge het bepaalde in art. 5:117 lid 2 BW evenwel onvatbaar geworden voor overdracht. [geïntimeerden] hebben geen omstandigheden gesteld waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat partijen bij het verlenen van het voorkeursrecht hebben beoogd dat bij een splitsing in appartementsrechten deze rechten in de plaats van de onroerende zaak daaronder zouden vallen. Het hof is dan ook van oordeel dat [appellanten] niet gehouden waren het litigieuze appartementsrecht op de voet van art. 7 onder b. van de akte van levering aan [geïntimeerden] te koop aan te bieden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen