Hof Leeuwarden 14 januari 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8661

art. 26 WAHV; art. 4, tweede lid, WAHV; art. 1, eerste lid, WAHV; verzet; postadres; huisadres; art. 9 Postwet; De omstandigheid dat aan de betrokkene gerichte stukken steeds als onbestelbaar retour kwamen kennelijk als gevolg van het feit, dat het GBA-adres van de betrokkene niet beschikt over een brievenbus die voldoet aan de krachtens art. 9 lid 1 Postwet gestelde regels komt voor rekening van de betrokkkene. Dat de betrokkene het CJIB in het verleden heeft aangeschreven met het verzoek de voor hem bestemde postzendingen te adresseren aan zijn postbus, maakt dat niet anders, nu deze mededeling niet in de onderhavige zaak aan het CJIB is gezonden en de betrokkene er niet van mocht uitgaan, dat hij door het verzenden van die mededeling een adequate voorziening voor de ontvangst van post van de zijde van het CJIB had getroffen. De inleidende beschikking wordt derhalve geacht aan de betrokkene bekend te zijn. Het dwangbevel rechtsgeldig uitgevaardigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen