Hof Leeuwarden 17 december 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AO0629

De Stichting vordert uit onverschuldigde betaling terugbetaling door [appellant] van hetgeen deze op basis van art. 15 van het Pensioenreglement d.d. 1 januari 1997 ten onrechte - náást een WAO-uitkering - aan "extra vervroegd pensioen" heeft ontvangen. Nu art. 33 van de Pensioen- en spaarfondsenwet bepaalt dat de kantonrechter kennis neemt van burgerlijke rechtsvorderingen ter zake van deelneming in en uitkering uit een fonds, waarop deze wet van toepassing is, was de kantonrechter in eerste instantie bevoegd kennis te nemen van de vordering van de Stichting. Aangezien het geschil in eerste aanleg vóór 1 januari 2002 bij de rechtbank aanhangig is gemaakt, zonder dat [appellant] de exceptie van onbevoegdheid (bij een met redenen omklede conclusie voor alle weren -zie art. 154 lid 2 (oud) Rv) heeft opgeworpen, terwijl de rechtbank vóór 1 januari 2002 tussenvonnis en ná 1 januari 2002 eindvonnis heeft gewezen, rijst de (overgangsrechtelijke) vraag of de rechtbank op grond van art. 157 oud Rv als hoogste rechter recht heeft gesproken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen