Hof Leeuwarden 24 september 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AL1880

Het hof is dan ook, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat hetgeen [appellant] in appel (nader) heeft aangevoerd niet kan leiden tot de conclusie dat de mededeling van [toenmalige voorzitter], gedaan bij gelegenheid van de afscheidsreceptie van [appellant], een prestatie betreft die voldoende bepaald kan worden in die zin dat die mededeling als een rechtens afdwingbare toezegging kan worden opgevat. Derhalve komt de vordering van [appellant] voorzover deze op de mededeling van [toenmalige voorzitter] is gebaseerd ook in hoger beroep niet voor toewijzing in aanmerking. Om dezelfde reden ziet het hof geen aanleiding in te gaan op het voorstel van [appellant] een deskundige te benoemen ter vaststelling van het precieze bedrag van de door [geïntimeerden] aan [appellant] te betalen toelage.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen