Hof Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2886
Naheffingsaanslag bpm. Schade niet aannemelijk gemaakt. De overgelegde koerslijst is niet bruikbaar. Belanghebbende is niet erin geslaagd een lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/622
Uitspraak van 8 juli 2026
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: S.M. Bothof)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 22 juli 2025, nummer SGR 24/322.
Procesverloop
1.1 Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van € 5.908 (de naheffingsaanslag).
1.2 Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
1.3 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake van het beroep is een griffierecht geheven van € 365. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Van belanghebbende is een griffierecht van € 579 geheven. De Inspecteur heeft bij nader stuk verweer gevoerd. Belanghebbende heeft op 28 mei 2026 nadere stukken ingediend.
1.5 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 10 juni 2026. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Feiten
2.1 Belanghebbende heeft op 9 maart 2023 aangifte bpm gedaan voor de registratie van een Volkswagen Tiguan 1.5 TSI Elegance (de auto). De datum van eerste toelating is 27 oktober 2022. Op aangifte is een bedrag van € 1.761 aan bpm voldaan.
2.2 In de aangifte is de te betalen belasting voor de auto berekend op basis van een
taxatierapport van [naam taxateur] B.V. (het taxatierapport). De taxatie van
de auto heeft op 16 februari 2023 plaatsgevonden en het taxatierapport is op 7 maart 2023
opgesteld. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op
€ 48.230. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat is op € 29.430 vastgesteld waarbij de taxateur rekening heeft gehouden met een gangbare marge bij importvoertuigen. De taxateur heeft een bedrag van € 20.455 (87% van de totale gecalculeerde reparatiekosten van afgerond € 23.511) als schade aangemerkt en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 8.975 vastgesteld. Belanghebbende heeft geen inkoopfactuur overgelegd bij het taxatierapport.
2.3 De aangifte is door de Belastingdienst geselecteerd voor nacontrole. Tijdens deze nacontrole heeft de Inspecteur geconstateerd dat geen inkoopfactuur of inkoopverklaring van de auto is overgelegd, er sprake is van essentiële gebreken aan de auto, er een niet nader
gemotiveerde correctiepost van € 9.728 is toegepast voor het schadeverleden van de auto,
niet kan worden herleid of van de juiste referentievoertuigen wordt uitgegaan, er een te hoog
percentage als waardevermindering als gevolg van de schade aan de auto in aanmerking is
genomen en onderhoudswerkzaamheden als schade worden aangemerkt.
2.4 De Inspecteur heeft een naheffingsaanslag van € 5.908 opgelegd. De verschuldigde bpm is daarbij berekend aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel.
2.5 De RDW heeft de auto op 3 maart 2023 goedgekeurd.
Oordeel van de Rechtbank
3 De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:
“Taxatierapport
7 De bewijslast van de door eiseres bepleite handelsinkoopwaarde in beschadigde staat en de daarbij behorende waardevermindering door schade, in de omvang als door eiseres gesteld, rust op eiseres. Zij heeft daartoe verwezen naar het taxatierapport dat ten grondslag is gelegd aan de aangifte. Aangaande het taxatierapport overweegt de rechtbank dat zij met verweerder van oordeel is dat dit rapport van het bewijs dient te worden uitgesloten aangezien het zodanig gebrekkig is dat het niet bruikbaar is voor de bepaling van de vermindering van de verschuldigde Bpm. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de taxateur enkel op basis van ongedateerde foto’s de door hem gestelde schade heeft vastgesteld en het daardoor niet is vast te stellen wanneer de opname van de auto heeft plaatsgevonden en/of de op de foto’s aanwezige schade aanwezig was op het moment van opname. Bovendien volgt uit de foto’s en de schadecalculatie dat schade in verband met essentiële gebreken van de auto in aanmerking is genomen. Aangezien de auto op 3 maart 2023 door de RDW is goedgekeurd betekent dit dat het taxatierapport van eiseres niet de staat van de auto weergeeft op het moment van het belastbare feit. Verder merkt de rechtbank op dat geen inkoopfactuur van de auto met het taxatierapport is overgelegd. Gelet op het voorgaande kan het taxatierapport van eiseres niet dienen.
Koerslijst
8 Eiseres heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de koerslijst van Autotelexpro, die in het taxatierapport zit, dient te worden toegepast. In het taxatierapport is slechts een gedeelte van de door eiseres genoemde koerslijst aanwezig. Ook na verzoek door verweerder heeft eiseres geen volledige koerslijst overgelegd. Bovendien heeft de gedeeltelijke koerslijst van eiseres geen betrekking op de ‘Urban Sports’ uitvoering van de auto met een panorama dak. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat uit de uitdraai van de fabrieksinformatie, de zogenoemde vin-gegevens van de auto, blijkt dat de auto een panoramadak heeft. De rechtbank ziet geen aanleiding aan die verklaring te twijfelen. Het beroep van eiseres op de koerslijst slaagt niet.”
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
4.1 In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en niet naar een te hoog bedrag is opgelegd.
4.2 Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, en:
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag, en
- subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 3.856.
Belanghebbende verzoekt voorts om een (proces)kostenvergoeding voor alle fasen van het geding.
4.3 De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
Beoordeling van het hoger beroep
Schade
5.1 Belanghebbende stelt dat uit het taxatierapport, de foto’s en de bijgevoegde schadecalculatie volgt dat sprake is van schade en dat de Inspecteur om die reden ten onrechte niet een waardevermindering wegens schade heeft toegekend. Belanghebbende heeft de auto zodanig hersteld dat deze geen WOK-status zou krijgen of anderszins essentiële gebreken zou hebben, maar na het deelherstel was nog steeds sprake van schade. In het taxatierapport zijn weliswaar ook foto’s van de auto in oorspronkelijk beschadigde staat met essentiële gebreken opgenomen, maar de RDW heeft de auto op 3 maart 2023 goedgekeurd (geen WOK-status) en de taxateur heeft geen schade met betrekking tot essentiële gebreken gecalculeerd. De foto’s zijn toegevoegd ter onderbouwing van de waardevermindering wegens het schadeverleden.
5.2 De Inspecteur stelt dat het taxatierapport niet kan dienen, omdat daaraan diverse formele en materiële gebreken kleven. Daarbij wijst de Inspecteur erop dat het taxatierapport niet de status van het voertuig weergeeft op het moment van het doen van aangifte bpm en dat geen inkoopfactuur is overgelegd.
5.3 Indien een belastingplichtige bij het doen van aangifte voor de bpm ervoor kiest om de handelsinkoopwaarde van een personenauto te bepalen met gebruikmaking van de taxatiemethode, rust, in het geval van gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, op de belastingplichtige de last de feiten aannemelijk te maken die meebrengen (a) dat de taxatiemethode in zijn geval mag worden toegepast, en (b) dat toepassing van de taxatiemethode leidt tot de door hem verdedigde waardedaling. Deze bewijslast(verdeling) heeft betrekking op alle bij vaststelling van de taxatiewaarde in aanmerking genomen gegevens (HR 7 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:310, r.o. 3.2.5).
5.4 Belanghebbende is niet in de op haar rustende bewijslast geslaagd. Het Hof acht het taxatierapport van belanghebbende niet bruikbaar, omdat daaraan diverse gebreken kleven. In het taxatierapport zijn zonder duidelijke toelichting foto’s opgenomen waarop schade te zien is die op dat moment al (deels) was hersteld. Het Hof acht het niet aannemelijk dat de foto’s van na het deelherstel de staat van de auto op het moment van het doen van de aangifte bpm weergeven. Daarnaast zijn reparatiekosten gespecificeerd voor schade die op de foto’s niet waarneembaar is of voor normale gebruikssporen. Daar komt bij dat zonder onderbouwing 87% van de gecalculeerde reparatiekosten in mindering is gebracht en dat zonder onderbouwing van de hoogte een ‘aftrek van een gangbare marge bij importvoertuigen’ is toegepast. Ook is de gestelde waardevermindering vanwege het schadeverleden niet aan de hand van een deskundigenrapport onderbouwd. Een algemene toelichting met een willekeurig percentage en de verwijzing naar oudere schadefoto’s is daartoe onvoldoende. Belanghebbende heeft de gestelde schade niet aannemelijk gemaakt.
Koerslijst
5.5 Belanghebbende stelt zich met een beroep op de koerslijstmethode subsidiair op het standpunt dat het afschrijvingspercentage te laag is vastgesteld. Daartoe heeft zij onder verwijzing naar het VIN-rapport van de auto een koerslijst overgelegd van een Volkswagen Tiguan Life met een Business-pakket Premium. Voor het geval het Hof oordeelt dat de koerslijst niet kan dienen, verzoekt belanghebbende het Hof de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen.
5.6 Het Hof acht de door belanghebbende overgelegde koerslijst niet bruikbaar voor het vaststellen van de handelsinkoopwaarde van de auto. Gelet op de tekst op de dorpel, de deels zichtbare tekst op de zijkant van de auto en de gegevens onder de fabrieksinformatie in het VIN-rapport (waaronder de post “Urban Sport” met Fabrikantcode EON) is hier sprake van een Urban Sports-uitvoering, gelijk de Inspecteur stelt. De uitvoering van de auto komt dus niet overeen met de uitvoering in de koerslijst van belanghebbende. Het beroep op de koerslijstmethode faalt.
5.7 De handelsinkoopwaarde in een koerslijst kan onder de taxatiemethode een uitgangspunt zijn voor het bepalen van een (bij benadering) reële waardedaling van het te registeren voertuig. Belanghebbende heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur echter niet aannemelijk gemaakt dat zij het meest vergelijkbare referentievoertuig heeft geselecteerd. Daar komt bij dat geen rekening is gehouden met andere bijzondere of afwijkende kenmerken en eigenschappen van de auto ten opzichte van het referentievoertuig in de koerslijst. Aangezien belanghebbende, op wie de bewijslast rust, geen enkel nuttig argument heeft aangevoerd om vanuit de koerslijst te komen tot een (bij benadering) reële waardedaling van de auto en daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Inspecteur, door uit te gaan van de tabel, de waardedaling te laag heeft vastgesteld, ziet het Hof geen aanleiding om de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen.
Slotsom
5.7 Het hoger beroep is ongegrond.
Proceskosten
6 Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A. Reijs, A. van Dongen en W. de Wit, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A. Reijs
De beslissing is op 8 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. - de naam en het adres van de indiener;
b. - de dagtekening;
c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. - de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.