Hof Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2883
incident ex artikel 194 en 195 Rv / aanbestedingsrecht
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.359.981/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/674082 / HA ZA 24-889
Arrest van 29 september 2026 in het incident tot inzage ex art. 194 en 195 Rv
in de zaak van
SIGV Tolken en Vertalers Coöperatie UA,
gevestigd in Zeist,
appellante,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. S.C. Brackmann, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelend in Den Haag,
geïntimeerde,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.E. Palm, kantoorhoudend in Den Haag,
waarin is geïntervenieerd
thebigword B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gevoegde partij aan de zijde van de Staat in de hoofdzaak,
tussengekomen partij in het incident,
advocaat: mr. Ph.W.M. ter Burg, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt partijen hierna SIGV, de Staat en thebigword.
1 De zaak in het kort
1.1 De Staat heeft na het doorlopen van een Europese aanbesteding raamovereenkomsten gesloten met thebigword. SIGV stelt dat de Staat de inhoud van die raamovereenkomsten ten onrechte wezenlijk heeft gewijzigd, hetgeen een nieuwe opdracht heeft opgeleverd die hij niet heeft aanbesteed, en vordert in de hoofzaak schadevergoeding. SIGV vordert in dit incident dat de Staat haar inzage geeft in verschillende documenten die betrekking hebben op de rapportage van thebigword aan de Staat over de uitvoering van de raamovereenkomsten. Het hof wijst die vordering van SIGV in dit arrest gedeeltelijk toe.
2 Verdere procesverloop in hoger beroep
2.1 Na het tussenarrest van het hof van 27 januari 2026 heeft thebigword een conclusie van antwoord genomen in dit incident.
3 Aanleiding voor dit incident
3.1 Het hof verwijst voor de achtergrond van deze zaak naar zijn hiervoor bedoelde tussenarrest. In aanvulling daarop stelt het hof de volgende feiten vast.
3.2 Het gaat bij de raamovereenkomsten om intermediairdiensten voor vertaaldienstverlening. De Staat heeft tijdens de betrokken aanbestedingsprocedure het volgende Subgunningscriterium Kwaliteit 2 gehanteerd:
3.3 Op die aanbesteding heeft naast thebigword onder andere ook SIGV ingeschreven.
3.4 Bij de betrokken raamovereenkomsten hoorden service level agreements waarin is afgesproken dat de raamcontractant aan de Staat moet rapporteren over de volgende Kritische Prestatie Indicatoren (hierna: KPI’s):
- KPI 1 - Continuïteit Leverzekerheid vertalingen 100%
- KPI 2 - Kwaliteit Leverbetrouwbaarheid vertalingen ≥ 98x%
- KPI 3 - Kwaliteit gegronde klachten Vertaalopdracht < 1
- KPI 4 - Efficiency Technische beschikbaarheid van de IT-voorziening ≥ 98%
- KPI 5 - Kwaliteit Inzet Rbtv-vertalers ≥ 95%. KPI 5 houdt in dat de raamcontractant voor zijn vertaalopdrachten minimaal 95% moet inzetten aan vertalers die zijn ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv-vertalers).
4 De vordering in het incident
4.1 Uit de punten 1 tot en met 3 onder “Verzoek ex artikel 195 en 195 Rv (Exhibitieplicht)” van de appeldagvaarding, die tevens de memorie van grieven bevat, volgt dat SIGV vordert dat de Staat stukken verstrekt met betrekking tot de volgende onderwerpen:
de maandelijkse prestatie-informatie van thebigword op de KPI’s vanaf februari 2024 tot en met de meest recente maand;
de prestatie-informatie over de resultaten die thebigword tijdens de uitvoering van de raamovereenkomst heeft behaald voor wat betreft de uitbreiding van het aandeel Rbtv-vertalers, conform het subgunningscriterium en de inschrijving van thebigword; en
informatie met betrekking tot de verhoogde inzetpercentages van Rbtv-vertalers gedurende de looptijd van de overeenkomst.
4.2 De Staat heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering.
4.3 thebigword heeft eveneens tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en concludeert dat het hof de Staat verbiedt om aan SIGV documenten en informatie te verstrekken: (i) die de Staat van thebigword heeft ontvangen; of (ii) die inzage geeft in bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie van thebigword.
5 Beoordeling van de vordering in het incident
Artikelen 194 en 195 Rv
5.1 Op grond van artikel 195 lid 1 Rv kan de rechter een partij bevelen om inzage, afschrift of een uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken als deze partij daartoe niet zelf overgaat en voldaan is aan de vereisten die voortvloeien uit artikel 194 lid 1 Rv. Deze vereisten zijn dat (i) de gegevens betrekking hebben op een rechtsbetrekking tussen partijen, (ii) de gegevens voldoende bepaald zijn, (iii) de gedaagde over de gegevens beschikt en (iv) de eiser voldoende belang heeft bij inzage. Met deze vereisten, in onderlinge samenhang bezien, wordt onder meer beoogd "fishing expeditions" te voorkomen. Het beval wordt daarnaast geweigerd als een gewichtige reden zich tegen inzage verzet (artikel 194 lid 2 Rv).
1. De maandelijkse KPI-rapportage
5.2 De Staat heeft bij zijn conclusie van antwoord in het incident de KPI-scores van thebigword in het geding gebracht voor de periode tot en met september 2025. Daarmee staat vast dat deze gegevens voldoende bepaald zijn en dat de Staat erover beschikt.
5.3 Anders dan de Staat aanvoert, heeft SIGV voldoende aannemelijk gemaakt dat deze gegevens betrekking hebben op een rechtsbetrekking tussen haar en de Staat. SIGV heeft ingeschreven op de aanbesteding voor de raamovereenkomsten. De Staat noch thebigword heeft betwist dat thebigword op grond van de betrokken service level agreements onder andere wordt afgerekend op de KPI’s. De mogelijkheid bestaat dat indien de Staat toelaat dat thebigword daar structureel niet aan voldoet, daarmee sprake is van een wezenlijke wijziging in de contractuele verhouding met thebigword en daarmee de facto van een nieuwe opdracht die de Staat zonder Europese aanbesteding aan thebigword zou hebben gegund.
5.4 De Staat c.s. voert ten algemene aan dat de artikelen 194 en 195 Rv niet kunnen worden toegepast om de lex specialis uit het aanbestedingsrecht, te weten artikel 2.57 lid 1 Aanbestedingswet 2012, te omzeilen. Daarin is bepaald dat een aanbestedende dienst, onverminderd het in die wet bepaalde, informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt niet openbaar maakt. De Staat beroept zich ook op een soortgelijke toezegging die hij heeft gedaan in punt 2.8.1 onder h. van het Beschrijvend Document voor de aanbesteding.
5.5 Voor zover de Staat heeft bedoeld dit bezwaar mede aan te voeren met betrekking tot vordering 1. (zie punt 3.8 van zijn conclusie van antwoord in dit incident), volgt het hof hem daarin niet. Uit de context van artikel 2.57 lid 1 Aanbestedingswet 2012 in die wet volgt namelijk dat het bij de daarin bedoelde informatie gaat om informatie die de ondernemer aan de aanbestedende dienst heeft verstrekt in het kader van een aanbestedingsprocedure. Hetzelfde geldt voor punt 2.8.1 onder h. van het Beschrijvend Document in de context van dat document. Dat is bij de informatie bedoeld in vordering 1. niet het geval.
5.6 Het hof volgt de Staat evenmin in zijn betoog dat SIGV geen belang heeft bij inzage in deze gegevens omdat zij met haar inschrijving op de aanbesteding niet heeft voldaan aan de minimumscore op het Subgunningscriterium Kwaliteit 2 en om die reden niet kan worden geoordeeld dat het economisch evenwicht van de raamovereenkomsten ten gunste van thebigword is verstoord. Dat SIGV op dat punt niet heeft voldaan aan de minimumscore betekent namelijk niet dat zij er geen belang bij heeft dat daarna, tijdens de uitvoering van de raamovereenkomsten, geen sprake is van een wezenlijke wijziging van de raamovereenkomst die moet worden aangemerkt als een nieuwe gunning zonder Europese aanbesteding. Met een dergelijke nieuwe gunning zou namelijk een nieuwe situatie ontstaan, met gevolgen voor ondernemingen die op dat moment hadden kunnen inschrijven op een denkbeeldige correcte Europese aanbesteding voor de betrokken, gewijzigde raamovereenkomsten.
5.7 Met betrekking tot de hiervoor onder 5.3, 5.4 en 5.6 weergegeven bezwaren van de Staat geldt overigens ook dat deze – naar eigen zeggen – “vrijwillig” de tot en met september 2025 behaalde KPI-scores van thebigword heeft overgelegd. Ook daarom valt niet in te zien waarom de door de Staat opgeworpen verweren tot afwijzing van de vordering zouden moeten leiden. thebigword heeft over die vrijwillige overlegging opgemerkt dat vordering 1. daarmee “vooralsnog geen verdere bespreking [behoeft, hof]”, zonder daarbij op te merken dat en waarom de Staat met dat verstrekken onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. thebigword heeft evenmin gemotiveerd waarom de Staat in de toekomst onrechtmatig zou handelen als het die gegevens zou verstrekken voor de periode vanaf oktober 2025. Het hof zal de verbodsvordering van thebigword daarom afwijzen voor zover zij betrekking heeft op de in vordering 1. van SIGV bedoelde stukken.
5.8 De Staat heeft aangekondigd de door thebigword behaalde KPI-scores, voor zover relevant voor de vordering in de hoofdzaak, in de hoofdzaak in te zullen brengen. Daarmee heeft de Staat niet aangeboden die scores over te leggen voor de periode na september 2025 en behoudt SIGV voldoende belang bij haar vordering. Het hof zal vordering 1. daarom toewijzen zoals hierna bepaald.
2. De prestatie-informatie over de uitbreiding van het aandeel Rbtv-vertalers, conform het subgunningscriterium en de inschrijving van thebigword
5.9 Uit de KPI-rapportage die de Staat heeft overgelegd volgt dat deze voor KPI 5 Inzet Rbtv-vertalers bestaat uit een overzicht, per uitvoeringsmaand, van het aantal ingezette vertalers en het aantal daarvan dat Rbtv-geregistreerd is, gevolgd door het daaruit voortvloeiende percentage. Dat percentage kan worden afgezet tegen het minimumpercentage uit het Beschrijvend Document, te weten minimaal 95%.
5.10 Voor zover SIGV met vordering 2. inzage heeft gevorderd in deze gegevens, heeft zij daar geen belang bij omdat zij die inzage al zal krijgen op grond van vordering 1.
5.11 Voor zover SIGV heeft bedoeld dat de Staat inzage moet geven in het deel van de inschrijving van thebigword waarin deze haar reactie heeft gegeven op Subgunningscriterium Kwaliteit 2, namelijk, kort gezegd, welke bijdrage zij zou leveren aan de uitbreiding van Rtbv-vertalers, tot welke resultaten dit zou leiden en hoe zij dat zou garanderen, betogen de Staat en thebigword terecht dat het daarbij gaat om bedrijfsgegevens die thebigword in het kader van de aanbesteding in vertrouwen heeft meegedeeld aan de Staat en die de Staat daarom op grond van artikel 2.57 lid 1 Aanbestedingswet 2012 en punt 2.8.1 onder h van het Beschrijvend Document niet kan verstrekken aan een derde. Er is daarmee sprake van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 194 lid 2 Rv die zich tegen inzage verzetten en vordering 2. is daarom in zoverre niet toewijsbaar.
5.12 thebigword heeft wat deze gegevens betreft geen belang bij toewijzing van haar verbodsvordering, omdat de Staat zich heeft verzet tegen de betrokken inzage.
3. Informatie met betrekking tot de verhoogde inzetpercentages van Rbtv-vertalers gedurende de looptijd van de overeenkomst
5.13 Voor vordering 3. geldt eveneens dat SIGV daar geen belang bij heeft, omdat de daar bedoelde gegevens al zijn inbegrepen in de gegevens die de Staat (i) tot aan september 2025 heeft verstrekt en (ii) voor de periode daarna zal moeten verstrekken op grond van de hierna volgende veroordeling volgend op vordering 1.
5.14 De verbodsvordering van thebigword is daarom evenmin toewijsbaar voor zover het om deze gegevens gaat.
Slotsom en proceskosten
5.15 Het hof zal vordering 1. van SIGV toewijzen zoals hierna bepaald, haar vorderingen voor het overige afwijzen en de vorderingen van thebigword geheel afwijzen. Omdat partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld zal het hof de proceskosten in het incident compenseren.
6 Beslissing
Het hof:
in het incident
4 veroordeelt de Staat om binnen vier weken na vandaag aan SIGV de KPI-scores te verstrekken die thebigword vanaf oktober 2025 tot vandaag heeft behaald bij de uitvoering van de door de Staat met haar gesloten raamovereenkomsten voor intermediairdiensten voor vertaaldienstverlening;
5 bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten zal betalen;
6 verklaart dit arrest, voor zover gewezen in incident, uitvoerbaar bij voorraad;
7 wijst af het meer of anders gevorderde;
in de hoofdzaak
8 verwijst de zaak naar de rol van 10 november 2026 voor memorie van antwoord aan de zijde van de Staat;
9 houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. H.M.H. Speyart van Woerden, mr. P. Glazener en mr. R.M. Hermans en door mr. Glazener in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.