Hof Den Haag 4 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:738

Art. 35b, lid 1 en lid 6, Successiewet 1956 (SW), Art. 35c, lid 1, lid 5, lid 6, SW. Art. 35e, lid 1, SW. Art. 37, lid 4, SW. Art. 3:4 Awb. Art. 8:73 Awb. Bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR). Schenking certificaten van aandelen in A BV. Indirect aanmerkelijk belang B in andere onderneming wordt toegerekend aan A BV. Belang B vormt een afzonderlijke objectieve onderneming. Verkoop van het B-belang. Gedeeltelijke staking onderneming. Voortzettingseis geschonden. Gedeeltelijke terugname BOR bij aanvullende aanslag. Voor berekening terugname dient aangesloten te worden bij de waardering van het ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen waarvan partijen bij de primitieve aanslag zijn uitgegaan. Bij de aanvullende aanslag kan daartegen geen bezwaar meer worden gemaakt. Geen schending art. 1 EP EVRM. Beroep op schending evenredigheidsbeginsel verworpen. Hoger beroep Inspecteur gegrond. Verzoek schadevergoeding afgewezen. Incidenteel hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken