Hof Den Haag 30 september 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2274
Parkeerbelasting. Het geschrift met de gronden van het hoger beroep van de Heffingsambtenaar hoefde niet direct aan de bewindvoerder van belanghebbende te worden gestuurd. Dat de bewindvoerder en de gemachtigde dit geschrift hierdoor te laat ontvingen om nog tijdig incidenteel hoger beroep in te stellen, leidt niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding. De Heffingsambtenaar heeft geen huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat belanghebbende de auto heeft gehuurd waarmee is geparkeerd zonder de verschuldigde belasting te voldoen. Belanghebbende kan daarom niet als de belastingplichtige worden aangemerkt. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank waarin de naheffingsaanslag werd vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl