Hof Den Haag 6 augustus 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1756
Van ‘grensoverschrijdend vervoer’, en derhalve van de verplichting te beschikken over een ritmachtiging, in de zin van artikel 2.3, derde lid, onder b, van de Wet vervoer goederen is al sprake op het moment dat de verdachte wordt aangehouden en hij vanuit Nederland op weg is naar een ander land maar onderweg nog een adres in Nederland aandoet.
De uitspraak op rechtspraak.nl