Hof Den Haag 29 oktober 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2635

Navorderingsaanslagen IB/PVV 2010 en 2011. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Voortvarendheid. Geen dubbeltelling reeds aangegeven inkomen voor werkzaamheden in Duitsland in navorderingsaanslag IB/PVV 2010. Art. 10, lid 2, onder 3, van het Belastingverdrag Nederland-Duitsland van 16 juni 1959. Art. 2, lid 1, onder 2, letter a, onder gg, van het Verdrag. Geen loon ten laste van vaste inrichting in Duitsland (uitvoering van een bouwwerk of constructiewerkzaamheden). Terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Geen vrijstelling van PVV voor werkzaamheden in Rusland; PVV geheven bij onherroepelijke aanslag IB/PVV 2011 kan niet worden gecompenseerd door vermindering IB begrepen in navorderingsaanslag IB/PVV 2011.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken