Hof Den Haag 27 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1495
Een onderneming die aan een slachtoffer van een verkeersongeval juridische bijstand heeft verleend, vordert betaling door de verzekeraar van de aansprakelijke partij van aan de onderneming overgedragen vorderingen tot schadevergoeding (in het bijzonder: buitengerechtelijke kosten als onderdeel van vermogensschade). Haar (overgelegde) declaraties zijn niet voldoende om aan te nemen dat deze schade hoger is dan het bedrag dat al door de verzekeraar is betaald. Het hof bekrachtigt de afwijzing van de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl