Hof Den Haag 4 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2035
IB/PVV 2018. Het gesloten stelsel van rechtsbescherming brengt mee dat het Hof niet toekomt aan de beoordeling van aanslagen die zijn opgelegd voor de jaren voorafgaand aan 2018. Omdat belanghebbende in 2018 geen juridische kosten heeft gemaakt in verband met een arbeidsconflict, komt het Hof niet toe aan de beoordeling van belanghebbendes stelling daarover. Vermogensrendementsheffing. Geen beroep mogelijk op bepalingen uit het VEU, VWEU en het Handvest omdat sprake is van een zuiver nationale situatie. Wel is sprake van een schending van artikel 1 EP in samenhang met artikel 14 EVRM, omdat het forfaitair berekende rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3 hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Het Hof biedt rechtsherstel door de aanslag te verminderen, uitgaande van het werkelijk behaalde rendement. Geen sprake van een individuele en buitensporige last.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 25c AWR
- Artikel 25e AWR
- Artikel 5.2 Wet IB 2001
- Artikel 3 Wet rechtsherstel box 3
- Artikel 9 EVRM
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 18 VWEU
- Artikel 63 VWEU
- Artikel 65 VWEU
- Artikel 131 VWEU
- Artikel 4 VvL
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 2 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3806
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:718
- Conclusie A-G Niessen 24 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:180
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963
- HR 2 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1047
- HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1775
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5436
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816
- HR 10 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4768
- HR 26 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5617
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1999:27
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2008:758