Hof Den Haag 10 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:836

Belanghebbende was in 2018 eigenaar en gebruiker van de woning, gelegen in het Hoogheemraadschap Delfland. Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2018 aanslagen in de watersysteemheffing gebouwd, de ingezetenenheffing en de zuiveringsheffing van het Hoogheemraadschap opgelegd. In geschil is of: - de Heffingsambtenaar ten onrechte niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de Rechtbank heeft overgelegd; - de Heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden; - de Heffingsambtenaar de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Delfland 2016 tussentijds had moeten herzien; - de Rechtbank het beroep gegrond had moeten verklaren en de uitspraak op bezwaar had moeten vernietigen omdat de Heffingsambtenaar pas bij de uitspraak op bezwaar een gewijzigde berekening van de tarieven van de watersysteemheffing, een exploitatieoverzicht en nadere inlichtingen aan belanghebbende heeft verstrekt en belanghebbende zijn bezwaar hierop niet heeft kunnen aanpassen; - de Heffingsambtenaar ten onrechte geen inzicht heeft verschaft in de ramingen van de opbrengsten van de heffingen van het Hoogheemraadschap Delfland en van de op het Hoogheemraadschap drukkende ‘lasten ter zake’. Het Hof beantwoord deze vragen ontkennend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken