Hof Den Haag 27 januari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:57
Hof verklaart officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het voorbereidend onderzoek naar verzekeringsfraude is verricht door en in opdracht van een verzekeringsmaatschappij (tevens gedupeerde). Naar het oordeel van het hof heeft de vervolging plaatsgevonden zonder dat van opsporing sprake is geweest. Met deze gang van zaken is een fundamentele inbreuk gemaakt op het strafvorderlijk systeem. Dat vereist dat vervolging plaatsvindt naar aanleiding van een opsporingsonderzoek. Opsporing gebeurt onder gezag van de officier van justitie door ambtenaren, die bij de wet zijn aangewezen (zie artikelen 132a, 141 en 167 van het wetboek van strafvordering). Deze bepalingen vormen het fundament voor een integere en onafhankelijke rechtspraak die de waarheidsvinding tot doel heeft. Door een inbreuk hierop te maken, is het wettelijk systeem in de kern geraakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl