Hof Den Haag 13 september 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1698
Vordering tot vernietiging van arbitrale vonnissen wegens gestelde schending van de openbare orde, bestaande in gesteld niet of onjuist toepassen van Nederlands conflictenrecht. Hof: (i) het scheidsgerecht was niet gehouden om Nederlands conflictenrecht toe te passen (artikel 1054 lid 2 Rv); (ii) het gestelde verzuim zou geen inbreuk opleveren met de openbare orde; (iii) de aangevoerde regels van Nederlands conflictenrecht kwamen in dit geval niet voor toepassing in aanmerking, of zouden althans niet leiden tot toepassing van andere materiële rechtsregels dan de door het scheidsgerecht in aanmerking genomen rechtsregels. Ook ongegrond is de vernietigingsvordering voor zover deze claimt dat het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden en/of dat het eindvonnis niet met redenen is omkleed. De door het scheidsgerecht genegeerde - volgens eiseres: essentiële - stelling was irrelevant binnen de beslissingsstructuur van het eindvonnis, die eiseres in deze procedure als zodanig niet aanvalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl