Hof Den Haag 13 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:51

Belanghebbende, X BV, is terecht aangemerkt als inhoudingsplichtige voor het privégebruik van de bestelauto’s die inlener, N BV, aan werknemers van X BV ter beschikking heeft gesteld in de zin van art. 13bis Wet LB 1964. X BV zendt haar werknemers uitsluitend of geheel uit naar N BV. De terbeschikkingstelling van de auto’s geschiedt niet alleen met medeweten van X BV maar ligt ook in de (mondelinge) uitleenovereenkomst met N BV besloten. X BV heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bestelauto’s door aard of inrichting nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor vervoer van goederen of buiten werktijd niet privé kunnen worden gebruikt. X BV heeft een verbod op privégebruik niet aannemelijk gemaakt en zij heeft niet aangetoond dat voor niet meer dan 500 km per jaar met de bestelauto’s privé is gereden. De auto’s worden niet doorlopend aan twee of meer werknemers afwisselend ter beschikking gesteld zodat de eindheffing afwisselend gebruik van art. 31, lid 1, onderdeel d, van de Wet LB 1964 niet kan worden toegepast. De naheffingsaanslagen loonheffingen 2014 t/m 2016 zijn daarom terecht aan X BV opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken