Hof Den Haag 9 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2665
Hersteluitspraak. Vervoerrecht. Aanvaring op 23 juni 2018 van de olie-/chemicaliëntanker ‘Bow Jubail’ met een steiger in de 3e Petroleumhaven te Rotterdam. Daardoor raakt het schip lek en stroomt er (ca. 217 ton) bunkerolie uit het schip de haven in, met o.a. milieuschade als gevolg. De eigenaar van het schip wil zijn aansprakelijkheid beperken overeenkomstig het (gewijzigde) LLMC 1996. Dat kan als het Bunkerverdrag van toepassing is. Dat verdrag bepaalt echter dat het toepassing mist indien het CLC-Verdrag geldt. Omdat onvoldoende is aangevoerd om uit te gaan van de toepasselijkheid van het Bunkerverdrag - doordat niet kan worden vastgesteld dat het CLC-Verdrag niet geldt - wordt het verzoek afgewezen. Oproep om te komen tot een internationaal aanvaarde bewijsmaatstaf m.b.t. het begrip schip in de zin van het CLC-Verdrag.