Hof Den Haag 13 mei 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:908

Aan belanghebbende is een dwangbevel uitgevaardigd voor het betalen van een aanslag leges omgevingsvergunning. Belanghebbende heeft gesteld dat de betekeningskosten ten onrechte in rekening zijn gebracht. Het zorgvuldigheidsbeginsel brengt mee dat de Invorderingsambtenaar, na de beëindiging van het verleende uitstel van betaling, een redelijke termijn dient te stellen om alsnog te betalen. Verder moet de Invorderingsambtenaar de belanghebbende in herinnering brengen dat bij niet tijdige betaling de betaling kan worden afgedwongen door op kosten van belanghebbende uit te voeren invorderingsmaatregelen. Het Hof oordeelt dat aan de laatste voorwaarde niet is voldaan. De enkele mededeling “dat anders extra kosten worden berekend”, is ontoereikend. Hieruit blijkt onvoldoende dat bij niet tijdige betaling van de leges betaling daarvan kan worden afgedwongen door op kosten van belanghebbende uit te voeren invorderingsmaatregelen, waaraan bijzonder hoge kosten kunnen zijn verbonden. De Invorderingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De betekeningskosten moeten worden terugbetaald, te vermeerderen met wettelijke rente. Aangezien geen rechtstreeks beroep tegen de aanmaningskosten en de invorderingsrente mogelijk is, had de Rechtbank het beroep in zoverre niet-ontvankelijk moeten verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken