Hof Den Haag 1 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2730
Belanghebbende is moedermaatschappij en met haar dochtermaatschappij maakt zij deel uit van een fiscale eenheid. Op de balans van belanghebbende is een pensioenvoorziening ten behoeve van haar directeur-grootaandeelhouder (de dga) opgenomen. De Inspecteur stelt dat de pensioenregeling niet als pensioenregeling valt aan te merken in de zin van art. 18 Wet LB omdat de dga een zo aanzienlijke schuld aan belanghebbende heeft dat (gedeeltelijke) aflossing alleen mogelijk is indien er verrekening met de pensioenuitkeringen plaatsvindt. Op basis van art. 19b Wet LB concludeert hij dat de pensioenaanspraak voorwerp van zekerheid is geworden. De Inspecteur heeft naheffingsaanslagen en boeten opgelegd. Rechtbank en Hof stellen de Inspecteur in het gelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl