Hof Den Haag 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2097
Belanghebbende sloot derivaten af namens zijn werkgever. Dat gebeurde via een tussenpersoon. Op basis van een met die tussenpersoon gemaakte doorbetalingsafspraak ontving belanghebbende een percentage van de met de derivatentransacties verband houdende provisies. Het Hof oordeelt dat de door belanghebbende ontvangen provisies zijn aan te merken als resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende kan de provisies die hij in het verleden in zijn aangiftes IB heeft opgenomen als ROW-inkomsten dan ook niet thans in aftrek brengen als negatief loon. Belanghebbende is bij vonnis aansprakelijk gehouden voor, onder meer, de schade die zijn werkgever heeft geleden als gevolg van de doorbetalingsafspraak. Naar het oordeel van het Hof vindt de verplichting tot betaling van de schadevergoeding rechtstreeks haar oorzaak in de doorbetalingsafspraak, zodat de schuld uit die aansprakelijkstelling is aan te merken als (negatief) resultaat uit overige werkzaamheden waarvoor belanghebbende een voorziening kan vormen. Nu de schuld uit aansprakelijkstelling als schuld in box 1 (inkomen uit werk en woning) in aanmerking kan worden genomen, kan die schuld niet ook in aanmerking worden genomen bij het bepalen van het inkomen in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen).
De uitspraak op rechtspraak.nl