Hof Den Haag 15 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1687

Als gevolg van een herziene verliesbeschikking 2012 en een herziene verliesverrekeningsbeschikking 2013 (de herziene verliesbeschikkingen) resteerde voor het jaar 2015 niet langer een te verrekenen verlies. De bij de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2015 verleende verliesverrekening is met een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2015 teruggenomen. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur ten onrechte het bezwaar tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2015 niet heeft opgevat als gericht tegen de herziene verliesbeschikkingen. Uit de inhoud en strekking van het bezwaarschrift blijkt dat het bezwaar in wezen mede is gericht tegen de herziene verliesbeschikkingen. Hieraan doet niet af dat belanghebbende de herziene verliesbeschikkingen in het ingediende bezwaarschrift niet uitdrukkelijk heeft vermeld. Dat het gaat om afzonderlijke beschikkingen over meerdere jaren doet aan het voorgaande evenmin afbreuk. Het bezwaarschrift is bovendien tijdig ingediend. Het hoger beroep van de Inspecteur is ongegrond. De Inspecteur dient opnieuw uitspraak op bezwaar te doen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken