Hof Den Haag 22 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:672

In elke fase van de procedure tot de zitting bij het Hof neemt belanghebbende het standpunt in dat aan de onroerende zaak een (aanzienlijk) lagere waarde dan € 808.000 moet worden toegekend. Op de zitting stelt hij dat de waarde hetzij moet worden verlaagd hetzij moet worden verhoogd, te weten naar € 1.075.000 of € 1.100.000. Bij de nadere brief van 3 januari 2019 concludeert belanghebbende dat aan de onroerende zaak een hogere waarde, te weten (afgerond) € 1.100.000, moet worden toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen