Hof Den Haag 7 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:590
Hof verwerpt het beroep van de verdediging op niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op alle aangevoerde gronden. De verdachte wordt veroordeeld voor (o.a.) diverse witwasfeiten, steeds als medepleger en in de zin van gewoontewitwassen. De verdachte heeft onder meer de daadwerkelijke rechthebbende op aandelen in diverse vennootschappen verhuld, verhuld wie de werkelijke eigenaar was van een schip en een bedrag van in totaal 2.95 miljoen euro witgewassen. Het hof stelt omstandigheden vast op grond waarvan het niet anders kan dan dat deze van misdrijf afkomstig waren, en de verdachte dit wist. Na verdiscontering van onder meer de overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een gevangenisstraf van 18 maanden op.
De uitspraak op rechtspraak.nl