Hof Den Haag 29 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3806
Belanghebbende is een tweetal naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag opgelegd. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de Rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden, dat onduidelijk is of de heffingsambtenaar, de parkeercontroleurs en de bezwaarmedewerker bevoegdelijk een naheffingsaanslag hebben opgelegd, daarbij betrokken zijn geweest of uitspraak op bezwaar hebben gedaan, dat sprake is van schending van het inzagerecht, dat sprake was van laden en lossen en dat de controlesystematiek van de heffingsambtenaar onvoldoende is om vast te stellen of al dan niet sprake is van laden en lossen. Het Hof wijst alle formele gronden van belanghebbende af en beslist dat, gelet op de afstand van het voertuig tot de plaats waar gelost zou zijn, niet voldaan is aan de door de Hoge Raad ontwikkelde criteria voor het begrip laden en lossen. Om deze reden komt het Hof niet toe aan een oordeel over de geschiktheid van de controlesystematiek voor de beoordeling van de gemeente of sprake is van laden en lossen. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl