Hof Den Haag 4 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2919

Mishandeling en poging zware mishandeling. Ontslag van alle rechtsvervolging en plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van een jaar (art. 37 Sr). Aanhoudingsverzoek vanwege mogelijke overgangsrechtelijke perikelen afgewezen omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken. Het hof is van oordeel dat art. 15:1 aanhef en onder sub f van de – per 1 januari 2020 in werking tredende - Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) zo moet worden geïnterpreteerd dat in alle gevallen waarin vóór 1 januari 2020 door de rechter de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is opgelegd en waarvan de termijn van een jaar op de genoemde datum nog niet is verstreken, artikel 37 Sr een rechtsgeldige titel voor de opname in de accommodatie blijft, dus ook in het geval dat de uitspraak waarbij de plaatsing is gelast op 1 januari 2020 nog niet onherroepelijk is geworden. Voorts beslissing over beslag ex art. 36 d Sr en afwijzing van de vordering tot oplegging van maatregelen als bedoeld in art. 38v Sr omdat geen sprake is van een veroordeling in de zin van die bepaling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken