Hof Den Haag 18 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2782

Belanghebbende levert aan een projectontwikkelaar een terrein met resten van bebouwing, bestaande uit de fundering van een muur en een oud transformatorhuisje. Belanghebbende draagt over de koopsom geen omzetbelasting af. De Inspecteur stelt dat sprake is van een bouwterrein en dus van een belaste levering en legt daarom een naheffingsaanslag op. De rechtbank en het Hof geven de Inspecteur gelijk. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, maar oordeelt ook dat de vrijstelling op grond van het rechtszekerheidsbeginsel toch kan worden toegepast, tenzij belanghebbende ter zake van geleverde onroerende zaak aftrek van voorbelasting heeft genoten. Voor het verwijzingshof voert belanghebbende aan dat de naheffingsaanslag aan een onjuiste fiscale eenheid is opgelegd. Het Hof gaat daaraan voorbij omdat de verwijzingsopdracht een beoordeling van die stelling niet toelaat. Verder oordeelt het Hof op feitelijke gronden dat belanghebbende het recht op aftrek van voorbelasting ten volle heeft uitgeoefend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken