Hof Den Haag 18 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2481
Belanghebbende, X, heeft geheel 2013 gewerkt op een binnenschip met een Rijnvaartcertificaat en een in Nederland gevestigde exploitant. De werkgever van X is gevestigd op Cyprus. De SVB heeft een A1-verklaring afgegeven waarin de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing is verklaard. De Inspecteur heeft voor het jaar 2013 geen vrijstelling premieheffing volksverzekeringen verleend. De CRvB heeft bij uitspraak van 28 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:852, de A1-verklaring correct bevonden. Gezien het arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725, BNB 2019/44, kan niet aan een afgegeven Al-verklaring worden voorbijgegaan zolang deze niet is ingetrokken of ongeldig verklaard. Van belanghebbende zijn terecht premies volksverzekeringen geheven. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat door de Inspecteur uitlatingen zijn gedaan waaraan hij redelijkerwijs het vertrouwen kan ontlenen dat de Inspecteur de situatie van belanghebbende zoals die gelet op de uitspraak van de CRvB voor het jaar 2013 is komen vast te staan heeft beoordeeld en ter zake bewust het standpunt heeft ingenomen dan wel aan belanghebbende de toezegging heeft gedaan dat belanghebbende voor 2013 geen premies volksverzekeringen is verschuldigd. Het Hof wijst het verzoek om vergoeding van (im)materiële schade af. De gemachtigde heeft de stelling dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting van de onderhavige zaak laten varen. Het beroep en het hoger beroep zijn ongegrond. Voor een ( integrale) proceskostenvergoeding en schadevergoeding op grond art. 8:73 AWB is dan geen plaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 28 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:852
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725
- CRvB 29 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4469
- Rb. Noord-Nederland 30 maart 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:1578
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046
- HR 28 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0987
- HR 22 juli 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9784